Het optimaal stimuleren van een koppel vleeskuikenouderdieren is in grote lijnen elke ronde hetzelfde. Het komt neer op de details, exact management maakt het verschil. In dit artikel omschrijven we verschillende details waarop u uw management kunt afstemmen.
Pre-legperiode –> Rustig houden
Ongeveer 4 weken voordat de hennen gaan leggen maken ze een sterke fysiologische verandering door. Met name het geslachtsapparaat ontwikkelt zich in deze periode snel. Hiervoor zijn energie, eiwitten en nutriënten nodig. In de eerste fase dat de vleeskuikenouderdieren op het bedrijf aanwezig zijn, spreken we van de opfokperiode. In deze periode is het belangrijk dat de dieren rustig worden gehouden en zich zo goed mogelijk volgens de norm ontwikkelen. Het is belangrijk om in deze periode een uitgebalanceerd prefoktoom voer te verstrekken, zodat de dieren vetreserves opbouwen in plaats van spiermassa. Verder is de voerverdeling een dergelijke en belangrijke factor. In deze periode willen we de uniformiteit van het koppel verder verbeteren, zodat ze ook uniform in productie komen. Daarnaast is het steeds gebruikelijker om de dieren tot een leeftijd van 22 weken op 8 uur licht per dag te houden, om overstimulatie te voorkomen.
Stimuleren tot en met de piekperiode
Vanaf deze periode zijn de hennen geslachtsrijp. Wanneer ze op 5% dagproductie zitten, proberen we op een voergift van ongeveer 125 gram te zitten. Dit is ook het moment dat we schakelen van onze pre-foktoom voer naar ons foktoom fase 1 voer. Vanaf dit moment kunnen we naast de groei ook de dagproductie als parameter in de gaten gaan houden. Op basis van deze gegevens gaan we de voergift tot en met de piekvoergift verder afstemmen. Uiteindelijk is het streven om rond de 65-70% dagproductie de piekvoergift te voeren. De weg hiernaar toe is niet liniair. Doordat de hennen in de periode van 24 tot 26 weken snel in productie komen, moeten groeien en ook hun lichaam moeten onderhouden, is er veel energie nodig. Belangrijk is dat de hennen deze periode geen roofbouw plegen op hun eigen lichaam. In de regel is ons advies om tussen de 2 à 4 gram per dag te verhogen vanaf het bereiken van de dagproductie van 5%. Groeien de dieren goed en is de dagproductie <5% per dag, dan kunnen we dit blijven hanteren. Wanneer de dieren >5% stijgen in dagproductie, dan gaan we harder met het voer omhoog. Het geven van voldoende energie zorgt ervoor dat de kippen optimaal voor zichzelf kunnen zorgen en hun eieren kunnen leggen. Hierdoor zijn ze in staat om een optimale piekproductie en vervolgens persistentie te bereiken. Om de exacte voergift per hen goed af te stemmen, zijn de volgende aspecten belangrijk:
- De ontwikkeling van de dagproductie
- Hoe snel nemen de hennen het voer op
- De kwaliteit van de bevedering van de hennen
- De staltemperatuur
- Het toepassen van de fase foktoomvoeders
Vanaf piekproductie
Vanaf dit moment worden de dieren fysiek volwassen en dus volledig uitgegroeid. Het is belangrijk dat de dieren op dit moment niet doorschieten in groei. Wat we al omschreven hebben is dat het belangrijk is dat we genoeg voeren richting de piekproductie. Net zo belangrijk is om voer af te pakken 7 – 10 dagen na het bereiken van de piekproductie, indien dit mogelijk is. Belangrijk blijft dat de dieren volgens de norm blijven groeien, zo’n 20 gram per week. Vanaf een leeftijd van 40-50 weken moet het verlagen van de voergift voorzichtig gebeuren. In sommige gevallen kan het zelfs zo zijn dat er iets voer bij moet, bijvoorbeeld in de herfst- en wintermaanden. In deze periode verstrekken we de hennen een foktoom 2 of foktoom 3 voer. Afhankelijk van de productie en schaalkwaliteit overleggen we wat de beste momenten zijn om hierin te schakelen. In deze periode is de onderhoudsbehoefte erg belangrijk en heeft dit veel invloed op de exacte voergift. Het lichaamsgewicht, omgevingstemperatuur en bevedering van de dieren zijn belangrijke parameters om de onderhoudsbehoefte in te kunnen schatten.
Technische aspecten
De bezetting van uw voersysteem en de verdeling van het voer is van groot belang, met name tot en met het bereiken van de piekvoergift. Hennen hebben zo’n 15 cm eetlengte aan voergoot nodig of 10-12 hennen per voerpan. Het voer moet zo snel mogelijk verdeeld worden, zodat de dieren allemaal tegelijk beschikbaarheid hebben tot het voer. Ideaal is dat het voer binnen 4 minuten verdeeld is. Het voersysteem mag tussen de voerbeurten door niet leeg komen. Zorg er dus voor dat de voerbeurten kort genoeg op elkaar zijn. Na het bereiken van de piekvoergift zullen de voerbeurten wat ruimer gezet kunnen/moeten worden.
Naast voer is de aanvoer van water ook belangrijk. Zorg dat dit voldoende is, zo’n 2 m3 per uur per 10.000 moederdieren is hier de vuistregel. Qua bezetting van het drinkwatersysteem kunt u als vuistregel 75 dieren per ronddrinker en 6 dieren per nippel hanteren.
Dit zijn een aantal belangrijke factoren om rekening mee te houden om een koppel vleeskuikenouderdieren zo optimaal mogelijk te stimuleren. Heeft u vragen of wilt u met ons sparren over een aanpak bij u op het bedrijf? Neem contact op met één van onze pluimveespecialisten, zij helpen u graag!
Team vleeskuikenouderdieren >
