Topresultaten in de varkenshouderij zijn alleen haalbaar als alles klopt: voer, strategie, timing én begeleiding. In ons Dynamo voeren concept werken we daarom volgens drie pijlers. In dit artikel geven we een inkijkje in de eerste pijler: ‘Voer voor ieder dier’. Hierbij draait het om het voer en de voerstrategie precies af te stemmen op de behoefte van uw varkens in elke afzonderlijke fase.

Vleesvarkens
Meer lysine in de startfase
Nieuw onderzoek laat zien dat de lysinebehoefte voor jeugdgroei hoger ligt dan gedacht. In de startfase kunnen moderne vleesvarkens bijna niet genoeg lysine opnemen om maximale groei te halen. Naarmate het varken zwaarder wordt, groeit de voeropnamecapaciteit zodat de lysineopname stijgt, maar neemt de energiebehoefte voor onderhoud ook toe. Dat is het moment om over te schakelen naar een passend groeivoer.
Eiwit moet wel benut worden
Omdat de lysinebehoefte in de startfase zo hoog is dat de opname het nauwelijks kan bijbenen, is het belangrijk dat het varken deze aminozuren optimaal kan benutten. Daarom hebben we niet alleen de hoeveelheid lysine aangepast, maar ook de verhouding met andere aminozuren geoptimaliseerd voor een maximale eiwitbenutting en -aanzet.
Krusli geeft hogere opname
Voor het varken telt de dagelijkse opname, want groei = voeropname × voerinhoud. Binnen Dynamo voeren sturen we daar dan ook op. Uit praktijkproeven die we hebben gedaan, blijkt dat varkens op Krusli in de startfase acht procent meer voer opnemen én dus acht procent meer lysine. Op die manier versterken voersamenstelling en voervorm elkaar voor een hoge én efficiënte jeugdgroei.
Voer afstemmen op genetica
Een wissel van genetica vraagt vaak ook een aanpassing van het voer. Duroc-varkens hebben bijvoorbeeld een hoge voeropname en efficiënte groei. Maar er zijn ook aandachtspunten. Ze komen minder vaak naar de voerbak, maar als ze eenmaal gaan vreten, nemen ze in één keer grote hoeveelheden op. Als het voer hier niet op is afgestemd, kan de maag onvoldoende aanzuren, wat leidt tot onverteerd voer in de darm en het risico op oplopers of dunne mest.

Fabriek afgestemd op samenstelling
Duroc-varkens hebben duidelijk meer behoefte aan vezels en structuur. En daar spelen we met Dynamo voeren op in. In de fabriek optimaliseren we de samenstelling, maalfijnheden en de oplosbaarheid van vezelfracties. Een praktische oplossing bij Durocs is de inzet van Krusli, want hierin blijven grovere vezels beter intact, wat zorgt voor een rustige vertering. Ook als varkens veel in één keer vreten.
“Precisie voeren betekent maatwerk: afstemmen op fase, genetica en omstandigheden levert topresultaten voor ieder dier.”
Biologisch
Wetgeving maakt het extra dynamisch
Ook in de biologische varkenshouderij passen we Dynamo voeren toe. ‘Voer voor ieder dier’ krijgt hier zelfs een extra dimensie, want naast de behoefte van het dier komt ook de nodige extra wet- en regelgeving kijken. Tot 35 kilogram mag vijf procent gangbaar eiwit worden gebruikt, wat waardevol is voor gezonde groei, vooral bij biggen. Daarnaast werken we met biologische en ‘grondstoffen in omschakeling’. Voor het varken maakt dit geen verschil, maar voor de boer wel. Omschakelgrondstoffen mogen beperkt ingezet worden, maar zijn wel kostprijsverlagend, geven spreiding in het type grondstoffen en zorgen daarmee voor zekerheid om aan de groeiende vraag naar biologisch voer te kunnen blijven voldoen.
Conclusie
Precisie voeren betekent maatwerk. Door voersamenstelling, voervorm en voerstrategie af te stemmen op fase, genetica en omstandigheden, levert Dynamo voeren topresultaten voor ieder dier en in elke stal. Oftewel ‘Voer voor ieder dier’.
Zeugen
Voerschema en samenstelling maken samen het succes
Een kritieke fase voor zeugen is de periode rondom het werpen. In korte tijd verandert niet alleen de voerbehoefte sterk, maar ook de voeropname. Tijdens de dracht ligt de focus op onderhoud en de groei van de biggen, maar richting het werpen verschuift dit naar het opstarten van de biestproductie. Zowel de voersamenstelling als de voerstrategie moeten hierin meebewegen. Het optimale omschakelmoment verschilt per bedrijf, daarom krijgt advies en begeleiding in de stal bij Dynamo voeren veel aandacht.
Werpen binnen drie uur na het vreten
Rondom het werpproces heeft de zeug een grote behoefte aan specifieke voedingsstoffen. Het werpproces vraagt daarnaast veel energie van een zeug. Een te laag bloedglucosegehalte kan dit proces vertragen en vergroot de kans op doodgeboren biggen. Na het voeren is het glucosegehalte het hoogst. Idealiter werpt een zeug dan ook binnen drie uur na het vreten, om voldoende energie beschikbaar te hebben. Omdat het werpen zich niet laat plannen, is vaker voeren rondom deze periode belangrijk. Steeds meer bedrijven voeren driemaal daags; onderzoek laat zien dat zelfs viermaal daags voeren voordelen kan bieden.
Energiebron die langer meegaat
Niet elke zeug werpt vlak na het voeren en het proces duurt meerdere uren. Daarom moet het voer een energiebron bevatten die zowel direct als langdurig beschikbaar is. Suikers leveren snelle energie, maar zijn kort werkzaam. Fermenteerbare vezels worden langzaam afgebroken in de darmen en leveren gedurende het hele werpproces energie. Daarom bevat Prelactokorrel Fit XXL veel van dit type vezels.
Naar een hoge melkproductie
Na het werpen draait het om één ding: maximale voeropname. De eerste dagen moet de vertering goed op gang komen. Daarna is het zaak om op melkproductie te gaan sturen. Snel, maar gecontroleerd opbouwen. Het liefst in tien dagen naar de top. Maar pas op dat u de zeug niet overvoert, want een dag niet vreten betekent een achterstand die moeilijk wordt ingehaald. Een goed lactovoer is smakelijk, bevat veel melkdrijvende nutriënten, maar verzadigt ook snel door de grote energiedichtheid. Een hoge voeropname vraagt daarom optimale omstandigheden: frisse lucht, eventueel vaker voeren, de zeug graag houden en onbeperkt vers drinkwater.
