Door de jaren heen is er binnen ABZ door middel van GMI-meten al veel data verzameld op zeugenbedrijven over de spek- en spierdiktes van varkens in verschillende productiestadia. Van verschillende genetica in de tijd zien we soms opvallende dingen en kunnen we al een trend naar voren halen uit onze data die je op het oog nog niet ziet, waar we met voer al wel op kunnen sturen. Zo zorgen we ervoor dat het voer en ons pakket altijd voldoet aan de behoefte van de huidige genetica. Enkele van de dingen die we op het moment opmerken, zullen we hieronder bespreken.
Efficiënter met energie
Uit de metingen van de afgelopen jaren blijkt dat de huidige genetica steeds efficiënter om gaat met energie in voer. We zien dat dieren meer spek aanzetten in vergelijking tot twee jaar terug op dezelfde voeders. We zien ook dat we de energie-/ lysineverhouding moeten laten zakken. Met dezelfde kilo’s voer halen we met minder E-Dracht nog steeds dezelfde of meer spek op de dieren t.o.v. twee jaar geleden. Dit zien we terug wanneer we bij dieren in de dracht meten.
GMI-data over de jaren heen
Bij de TN70 genetica zien we steeds vaker dat de hoeveelheid spek op de zeugen op meerdere bedrijven hoger wordt. Spier herstel en behoud einde dracht zijn wel vergelijkbaar of soms ook iets beter. Alleen de verhouding in het voer klopt niet meer t.o.v. wat we in de stal zien gebeuren. In onderstaande grafiek staan twee lijnen. De groene lijn is de situatie op het bedrijf in 2023. De gele lijn geeft de situatie in 2025 weer. We zien dat de conditie van de dieren vooral qua spekdikte enorm is toegenomen t.o.v. 2023, terwijl er dezelfde voerlijn op staat. Waar de verhouding twee jaar geleden wel paste bij de dieren, zien we dat met dezelfde hoeveelheid energie de dieren meer spek aanzetten dan twee jaar geleden. Hier hebben we dan ook op geschakeld door E-Dracht/ lysine ratio in de dragende zeugen voeders aan te passen.
Hoge opname capaciteit
Daarnaast zien we vooral bij de TN70 genetica dat de voeropname capaciteit van gelten steeds groter wordt. Op bedrijven met ad lib voeding in de opfok zien we dat de dieren zoveel voer op kunnen nemen dat we ad lib voeders moeten maken met in de derde fase en soms voeders die qua E-Dracht/lysine overeenkomen met het niveau van een drachtvoer. Wanneer je ze onbeperkt hun gang laat gaan en het voer niet bijstuurt, dan zijn ze met 200 dagen al 180 kilo. Dat is niet de bedoeling. Van een fokgelt wil je dat ze zich rustig ontwikkelen en geleidelijk opgroeien. Voor de opname capaciteit van de zeugen in de kraamstal is dit natuurlijk wel weer erg gunstig en ook voor de nakomelingen van deze dieren geeft dit veel potentie want voor het vleesvarken is deze capaciteit om hard te kunnen vreten natuurlijk een hele mooie eigenschap voor hoge en efficiënte groei.
Nieuwe genetica, nieuwe voerbehoefte
Ook bij PIC/ next Genetics zien we een verandering in voedingsbehoefte, maar hierbij zit dan ook een verandering van genetica door het samengaan van de bedrijven. Waar bij de Deense genetica de focus heel erg op de spek aanzet en behoud moest liggen, zien we dat door het kruizen van de PIC-zeug met de Deense zeug de dieren makkelijker spek aanzetten dan de Deense genetica. Onderstaande grafiek is gebaseerd op een bedrijf dat van de Deen is geschakeld naar de Next Generation zeug van PIC. De rode lijn is van de Deense genetica en de blauwe lijn van de Next Generation. Deze dieren kregen hetzelfde voer als de Deenen.
We zien hier dat met dezelfde E-Dracht waardes de spekdikte hoger wordt. Daarentegen is de behoefte aan eiwit wel toegenomen. Vooral einde dracht en in de kraamstal zien we dat er in verhouding veel luxer gevoerd moet worden omdat de dieren anders zoveel spier afvallen dat ze minder dan 30 mm spier overhouden waar tussen de 40 en 50 gewenst is. Ondanks dat de spierniveau’s zo ver weg zakken zien we wel dat deze dieren met 12 spek de kraamstal uitgaan. Dus ook hier zien we dat de energie/ eiwit ratio veranderd is. Hier is dan ook op geschakeld door dit aan te passen in het opfokgeltenvoer en het 2e drachtvoer. Ook is de lacto aangepast.
Een positieve ontwikkeling, maar weet wat je voert
We zien bij de huidige genetica dus vooral een verschuiving in de energiebehoefte, zeugen gaan tegenwoordig efficiënter om met de energie die ze binnenkrijgen. Wat natuurlijk een positieve ontwikkeling is, want spek is weerstand. Echter moeten we wel in de gaten houden dat dieren niet te vet worden, want een vette zeug presteert niet.
Wilt u ook meer rendement behalen met behulp van de GMI-techniek?
Neem dan gerust contact op met één van onze varkensspecialisten.
Contact team varkens >


