In de lammertijd verandert de stofwisseling van schapen ingrijpend. Het energieverbruik stijgt sterk door de groei van de ongeboren lammeren en later door de melkproductie. Daarnaast wordt de buikholte gevuld door de ongeboren lammeren waardoor de pens platgedrukt wordt. Hierdoor daalt vaak de voeropname, wat kan leiden tot negatieve energiebalans. Hierdoor zijn schapen extra gevoelig voor gezondheidsproblemen en staat het immuunsysteem onder druk. Problemen als slepende melkziekte (ketose), melkziekte (calciumtekort) en uierontsteking liggen op de loer!

Goede voeding, voldoende mineralen en bijvoeren via krachtvoer zijn daarom essentieel om problemen te voorkomen en zowel ooi als lammeren gezond te houden. Een lacterende ooi krijgt gemiddeld 0,8 kg Schapenbrok Extra per dag, oplopend tot ruim 1,5 kg om de melkgift en conditie te ondersteunen. Hiermee worden vitaminen, mineralen en sporenelementen naar behoefte van de lacterende ooi toegevoegd voor herstel en gezondheid.
Ook tijdens de dracht is een nauwkeurige afstemming van de voeding cruciaal. Een middelgrote ooi die normaal in conditie is en die een tweeling draagt, heeft in dit stadium van de dracht dagelijks rond de 1260 VEM en 128 gram DVE nodig. Dat is al 1,5 tot 3 keer meer dan in de eerste weken na het dekken. Magere ooien, vette ooien en ooien met een drie- of vierling hebben een extra grote kans op energietekort. Extra alertheid op de gezondheid van uw dieren is in deze periode dus essentieel, wanneer er afwijkend gedrag gesignaleerd wordt is snel handelen erg belangrijk.
Twijfelt u over het rantsoen of de gezondheid van uw ooien in de lammertijd? Neem vandaag nog contact op met onze schapenspecialisten – zij helpen u graag verder!
Team schapen >