Ook voor uw schapenweides is een goed bemestingsplan de basis voor optimaal graslandgebruik. Op basis van bodemonderzoek kan er gericht bemestingsadvies gegeven worden. Er wordt aanbevolen om 1 keer in de 4 jaar de graslandpercelen te laten onderzoeken, meestal gebeurt dit in het voorjaar of in het najaar. Wanneer er een perceel is verbeterd door bijvoorbeeld herinzaai, kan het verstandig zijn om het vaker te meten.
Zuurgraad
Een goede zuurgraad van de bodem is belangrijk voor de beschikbaarheid van bouwstoffen voor de grasgroei. Op zand, klei en löss ligt de gewenste pH tussen de 4,8 en 5,5. Op veengrond ligt dit tussen de 4,6 en 5,2. Wanneer de pH lager is dan de genoemde waardes, is het nodig om het gras te bekalken.
Hoofdelementen voor grasgroei; stikstof, fosfaat en kali
Door middel van bemesting kunnen stikstof, fosfaat en kali toegevoegd worden aan de bodem om de opbrengst en bodem te verbeteren. De groeisnelheid en opbrengst van het grasland wordt voor een groot deel bepaalt door de voorziening van stikstof op het grasland. Belangrijk onderdeel hiervan is het stikstofleverend vermogen (NLV) van de bodem. Wanneer er veel stikstof vanuit de bodem geleverd wordt, is er minder bemesting nodig. Afhankelijk van het doel van het perceel (maaien of weiden) wordt de stikstofgift bepaald. Fosfaat is van belang voor de grasgroei, maar ook een belangrijk mineraal voor uw schapen. Het PAL getal geeft de fosfaat toestand in de bodem aan. Kali is over het algemeen voldoende aanwezig in het gras voor het vee. Een te hoge kalibemesting kan leiden tot te lage natrium-, magnesium- of calciumgehalten van het gras.
Heeft u nog vragen over het bemesten van uw grasland? Neem contact op met onze Plant & Teelt specialisten. Zij helpen u graag.
Team Plant & Teelt >
