Op steeds meer melkveebedrijven wordt vetgehalte in de melk belangrijker voor de uitbetaling van de melkprijs. Er zijn meerdere melkleveranciers die zelfs een hogere vetprijs dan eiwitprijs hanteren. Een daling van het vetgehalte in de zomer is lastig te voorkomen, zeker bij beweiding. Een vetdepressie is echter vermijdbaar, omdat er dan naast beweiding meer aan de hand is.
Melkgelddal voorkomen
In de afgelopen tijd zagen we bij bedrijven met beweiding al een flinke daling van het vetgehalte in de melk. Deze dip ging echter gepaard met een flinke melkplas en in veel gevallen zelfs een stijgend eiwitgehalte. Dit komt door de hoge opname van het zeer suikerrijke weidegras wat eind april en in mei 2026 aan de melkkoeien aangeboden werd. In dit artikel richten we ons vooral op de vetdaling in de maanden juni/ juli/ augustus. In deze maanden neemt het vetpercentage het eiwitpercentage mee naar beneden als we ons niet goed aanpassen. De oorzaak van de vetdaling in deze zomer is vooral hittestress, maar ook depressie in groei en kwaliteit van het verse gras. Dat, terwijl er juist veel koeien in deze maanden gaan kalven. Bij een dalend vet- en eiwitpercentage in de melk kan het melkgelddal zo maar oplopen tot € 5000,- per maand bij een bedrijf met 100 melkkoeien.
Wat is een vetdepressie?
Een vetdepressie is een plotselinge daling van het vetgehalte in de melk. Op individueel niveau zien we zelfs koeien met een lager vetgehalte dan eiwitgehalte. Wanneer het vetgehalte na de plotselinge daling laag blijft, komt de koe in een blijvend patroon van een laag vetgehalte in de melk. Er zijn dan onvoldoende managementaanpassingen gedaan om de koe meer melkvet in het uier te laten bouwen in de melkplas. In de onderstaande grafieken ziet u het verloop van vet- en eiwitgehalte van een melkveebedrijf gedurende het jaar.
Hoe houdt u koeien uit de vetdepressie?
Het belangrijkste is dat in de zomer en/of bij beweiding de pens voldoende bouwstenen voor vetgehalte blijft leveren en het uier van de koe in staat is om deze bouwstenen maximaal in te bouwen in melkvet. Het is heel belangrijk om te beseffen dat de pens 60% van de bouwstenen voor melkvet levert. Hiervoor is het heel belangrijk dat de pens-pH van de koe constant blijft.
1. Vetdepressie voorkomen? Voer Progressiebrok!
Koeien in de piekproductie hebben de grootste kans op een vetdepressie en tegelijkertijd bepalen deze koeien voor het overgrote deel de samenstelling van de totale melklevering. In deze periode met maximale krachtvoergift is de samenstelling daarvan zeker sturend op het vetgehalte in de melk. Denk aan productiebrokken die juist vetverlagend zijn door te hoge gehalten aan eiwit, maïsmeel en onverzadigde vetzuren in het recept. Progressiebrok bevat juist goed fermenteerbare ruwe celstof waardoor de koeien in de piekproductie hun vetgehalte beter op peil houden.
2. ABZ Fat HC16 voeren in het basisrantsoen
In de zomer zien we vaak een lager percentage C16 vetzuren in de melk. De oorzaak hiervan is meestal te snelle passage van voer in de pens. ABZ Fat HC16 zijn bestendig gemaakte vetten die goed op darmniveau worden opgenomen onafhankelijk van de passagesnelheid in de pens. ABZ Fat HC 16 levert ‘koude’ energie waardoor de droge stof opname van de koe beter op peil blijft. Eventueel kunt u ook kiezen voor Lactograan C16 Plus. Dit is Lactograan met daaraan bestendig vet toegevoegd. Klik hier > voor meer informatie over Lactograan.
3. Wateropname stimuleren
In de zomer is wateropname een belangrijke sleutel tegen hittestress en voor het op peil houden van de droge stof opname. Bij ABZ willen we daarom de koe van binnen en van buiten hydrateren. Elke kilogram wateropname geeft 1,6 kg droge stof opname. Voor de maximale wateropname moet de drinkbak in de zomer dagelijks grondig gereinigd worden met een borstel. Koeien moeten de watervoorziening in het land en in de stal makkelijk kunnen bereiken. Let op: Geef bij de eerste signalen van hittestress de koeien overdag toegang tot de stal en ga eventueel over op nachtweiden. Vraag uw rundveespecialist naar de ‘heldere versie’ van ABZ op wateropname!
4. Verstrek koeien smakelijk en passend ruwvoer dat niet in dezelfde periode is geoogst.
Tot aan de langste dag past bijvoeding met graskuil die na de langste dag is geoogst. Na de langste dag juist 1e of 2e snede graskuil. Op deze wijze voorkomt u pieken en dalen in het suikeraanbod en blijven de koeien actief herkauwen. Fermentatie van suikers in de pens leveren boterzuur en azijnzuur; de belangrijkste bouwstenen voor melkvet.

5. Voeg natriumbicarbonaat toe aan het rantsoen
Bij een pens-pH van 6,0 tot 7,0 zijn juist de pensbacteriën die boterzuur en azijnzuur maken uit ruwe celstof het meest actief. Het toevoegen van natriumbicarbonaat verhoogt de pens-pH. Wij berekenen de E-rumi, E-acid en E-buffer van uw rantsoen en zorgen voor een optimale balans tussen herkauwactiviteit, aanbod vetzuren en buffering in de koe. Buffer toevoegen wordt belangrijker naarmate het eiwitgehalte in het rantsoen lager wordt. Omdat eiwit in de pens nog altijd de belangrijkste buffer is. In de veenweidegebieden is een buffer extra belangrijk vooral als de levering van zwavel uit de organische stof in de nazomer op gang komt.
Vetdepressie op papier is vaak gevolg van pensverzuring in de koe.
In het gehaltenverloop van de melklevering of zelfs van een individuele (hoogproductieve) koe in de melkcontrole kunnen we een vetdepressie herkennen. Wees er van bewust dat bij een vetdepressie er vrijwel altijd sprake is van een pensverzuring. En die heeft natuurlijk op termijn meerdere gevolgen voor de koegezondheid zoals vruchtbaarheids-, klauw- en uierproblemen. Bovenstaande vijf actiepunten leveren dus niet alleen een hogere vetproductie op!
Interesse in hoe deze 5 actiepunten toe te passen op uw bedrijf? Neem contact op met één van onze rundveespecialisten, zij helpen u graag.

