Tijdens de weidegang vindt er vaak een melkvetdip plaats. In vers gras zitten veel onverzadigde vetten en de pens probeert die onverzadigde vetten om te zetten in verzadigde vetten. Dit gebeurt in een aantal stappen. Niet altijd worden de onverzadigde vetten volledig tot verzadigde vetten omgezet en dus blijven er tussenproducten in de pens. Een bepaald type van deze tussenproducten wordt ook wel CLA’s genoemd. CLA’s kunnen vervolgens de melkvetsynthese in het uier remmen. Daarnaast zorgt het vele daglicht tijdens de langere dagen voor meer melkproducten en daarmee ook een extra daling van gehalten. Ook hittestress kan invloed hebben op de melkproductie en gehaltes.
Het onderzoek
Tijdens de stage is er onderzoek gedaan naar het effect van drie verschillende toevoegingen aan het rantsoen tijdens weidegang. Het doel was om te bekijken wat deze toevoegingen doen met het melkvet, het melkeiwitgehalte en de vetzuurverhouding. Tweeëntwintig bedrijven hebben meegedaan aan het onderzoek, waarvan ieder één van de drie producten kregen toegewezen om voor drie weken te voeren, dit waren ABZ Fat HC16, ABZ Fat HC18 en methionine hydroxy analoog (MHA). HC16 en HC18 werden geleverd in zakgoed. MHA is een kleine dosering en werd daarom in de brok of meel toegevoegd, ook VLOG bedrijven kunnen dat product voeren. Alle bedrijven in de proef deden aan weidegang of voerden vers gras aan het voerhek.
In het onderzoek is de melktankdata in het voorjaar van 2025 van de drie weken vóór de toevoeging, drie weken tijdens en twee/drie weken na de toevoeging verzameld en geanalyseerd, waarbij dag nul de middelste dag van de toevoegingsperiode was. In de grafieken staat het verloop van het vet en eiwit percentage gedurende de negen weken voor alle drie toevoegingsgroepen, met zeven of acht bedrijven per groep.
Hogere gehalten
Bij de bedrijven die HC16 of HC18 vet voerden, werd een (lichte) stijging in het vet gezien toen het toegevoegd werd. Met name de daling na de toevoegingsperiode was groot bij de meeste bedrijven. Verder werd er een eiwitdaling gezien bij de toevoeging HC18, bij de toevoeging HC16 was er weinig verschil in het eiwitgehalte. Het nieuwe MHA product liet geen of weinig verschillen in het vetgehalte zien, maar wel een lichte eiwitstijging. Dat het MHA nauwelijks effect had op het vetgehalte is waarschijnlijk te verklaren doordat het vetgehalte al relatief hoog was bij de bedrijven. Bij eerdere studies met het product in het buitenland, waren de vetgehaltes ruim beneden de vier procent. Dat was bij de bedrijven in de proef ook zonder toevoeging niet het geval.
HC16
- Inzet vetverhoging in de zomerperiode
- Bevat voornamelijk C16-vetzuren
- Verhoging kilogrammen vet- en eiwitproductie
HC18
– Inzet vooral in winterrantsoenen
– Vooral effect op melkproductie, minder op gehalten
– Bevat voornamelijk C18 vetzuren, waaronder een hoog aandeel C18:1
MHA (methionine hydroxy analoog)
– Analoog van aminozuur methionine
– Methionine is één van de eerst limiterende aminozuren voor eiwitproductie
– Potentie om melkvetdepressie te voorkomen bij hoog aandeel vers gras, o.b.v. eerder buitenlands onderzoek
– Ondersteuning energiemeta-bolisme begin lactatie
Wilt u meer weten welk product het beste past bij uw bedrijf? Vraag gerust advies aan één van onze rundveespecialisten.


