Met veel aandacht voor de jongveeopfok leggen melkveehouders Hans en Mechtild Oostdam uit Hazerswoude-Dorp en hun beoogde opvolgers Sofie Verkleij en Yannick Meijering een gedegen basis voor een mooie melkveestapel. Met oog voor het individuele dier.
Het is een bijzondere samenwerking van Hans (65) en Mechtild (61) Oostdam-Wesselingh met hun buurmeisje Sofie Verkleij (22) en haar vriend Yannick Meijering (26). Hans en Mechtild hebben zelf geen kinderen. Sofie komt van een melkveehouderij even verderop en kwam vroeger vaak bij hen over de vloer. Zij vroegen afgelopen januari aan Sofie en Yannick of die hun melkveebedrijf wilden voorzetten. Op dat moment werkten Sofie en Yannick nog bij een groot melkveebedrijf in Canada. Daar waren ze ruim een jaar eerder met open plannen naartoe gereisd. Daarvoor werkten ze ook al een halfjaar op een boerderij in voormalig Oost-Duitsland. Sofie en Yannick pakten deze mooie kans met beide handen aan en kwamen in april vervroegd terug.
Het bedrijf ontstond op deze locatie in 1985 via ruilverkaveling. Het telt 130 melk- en kalfkoeien en 90 stuks jongvee. Het bedrijf runnen ze met zijn vieren. Yannick werkt daarnaast fulltime buitenshuis, Sofie parttime. Sinds 2016 wordt er met twee melkrobots gemolken. Ze weiden volgens de normen van hun melkafnemer Vreugdenhil: minimaal 120 dagen per jaar, zes uur per dag.
Goede start
Sofie is vooral verantwoordelijk voor de jongveeopfok. In Canada en Duitsland heeft ze daarin veel ervaring opgedaan, al was dat op veel grotere schaal. “Daar werkte ik volgens strenge protocollen. Hier werk ik ook met protocollen, maar ik kijk daarnaast naar wat het individuele dier nodig heeft. Dat gaat op kleinere schaal een stuk makkelijker. We proberen altijd de biest van de eigen moeder aan het kalf te geven. In de droogstand enten we tegen Rota,- Corona,- en E.coli, zodat die antistoffen via de biest meekomen. De eerste drie à vier melkbeurten houden we de melk apart en voeren die met de speenemmer aan het kalf; de eerste keer vier liter. Dat betekent dat het kalf wel vijf tot zes dagen biest krijgt. Hiermee zie ik heel goede resultaten. Ik meet ook altijd de Brix-waarde zodat ik weet wat ze binnenkrijgen. Na de biest krijgen ze Sprayfo Ultimo melkpoeder, Juniormuesli en vers water.” In de eenlinghokken bouwen ze de melkgift op naar zeven à acht liter per dag, afhankelijk van wat het kalf aankan. “Wanneer er ruimte is, houd ik de kalveren drie tot vier weken in een eenlinghok, zodat ik zeker weet dat ze door de gevoelige periode heen zijn.” In de groepshuisvesting komen de kalveren op de drinkautomaat met een individueel melkschema dat Sofie maakt, samen met Geanne van der Paauw, jongveespecialist bij ABZ Diervoeding. Dit schema sluit aan op de gift in het eenlinghok en bouwt op naar tien liter. Deze top houden ze 30 dagen aan, daarna bouwen ze langzaam af voor een soepele overgang. De kalveren krijgen onbeperkt hooi en Juniorbrok Compleet bijgevoerd.
Kalveren erg actief door Sprayfo Ultimo
Het bedrijf is een trouwe klant van ABZ Diervoeding, zowel voor het krachtvoer als voor de melkpoeder. Marijke Rijnsburger doet de begeleiding van het melkvee, Geanne voor het gehele opfoktraject van pasgeboren kalf tot verse vaars. Sofie: “We krijgen dus advies van ‘biest tot biest’. Zo’n goede begeleiding rondom de voeding is heel fijn en voorkomt bedrijfsblindheid.”
Afgelopen voorjaar zijn ze overgestapt op de vetrijke Sprayfo Ultimo. “Dat is een wereld van verschil! Ze drinken heel goed, groeien goed en zijn erg actief. De gedachte achter deze nieuwe melkpoeder spreekt me enorm aan. Het bevat een vetzuurpatroon dat zo goed mogelijk is nagebootst uit echte koemelk. Uit onderzoek blijkt dat hierdoor de pens- en darmflora heel gezond blijft. Ik zie geen voedingsdiarree meer bij de kalveren en ze kunnen sneller grotere hoeveelheden melk aan. Je zou denken dat ze door het hogere vetgehalte sneller verzadigd zijn, maar de ruwvoeropname naast de melk bewijst het integendeel.”
Volgende groeifase
In totaal krijgen de kalveren zo’n 80 dagen melk. Voorheen hadden ze vaak last van een speendip, maar dankzij de gestage afbouw gaat dat nu veel beter. Sofie: “De kalveren houden we na het spenen nog twee weken op stro. In de toekomst wil ik nog meer strohokken maken, zodat ik ze zes tot acht maanden op stro kan houden.”
De pinken krijgen tot acht maanden onbeperkt hooi en drie kilogram Juniorbrok Groei, individueel bepaald. Het pinkenrantsoen bestaat uit hooi, kuilgras en drie kg Juniorbrok Groei. Bij de overgang van buiten naar binnen krijgen ze een beetje maïs erbij. Vanaf de inseminatieleeftijd komen ze in de volgende groep met een krachtvoerbox en krijgen ze een halsband met tochtigheidsdetectie. “Per pink kijken we hoeveel ze nodig heeft. Als ze drachtig zijn bouwen bouwen we de krachtvoergift weer af.”
Groeicurve
Aan de hand van het volwassen gewicht van de koeien op het bedrijf van 720 kilogram, heeft Geanne een bedrijfsspecifieke groeicurve gemaakt. Twee keer per jaar wordt het jongvee gemeten en daarmee gemonitord of het juiste inseminatie- en afkalfgewicht wordt behaald. Tot nu toe gingen de pinken van tien maanden tot net voor de inseminatieleeftijd en de drachtige pinken gedurende het weideseizoen naar buiten. Aan de hand van de groeicurve is besloten dat alleen de drachtige pinken die in goede conditie zijn naar buiten gaan. Hiermee zal de hoge groei in het eerste half jaar beter verzilverd worden.
Kampioen vaarzen
De melkveehouders zijn fanatiek bezig met fokkerij. Een mooie beloning hiervoor kregen ze afgelopen september, toen één van hun vaarzen (Marije 1, Endless x Extreme x Danno) op de Vebo-tentoonstelling kampioen vaarzen werd. “Diezelfde vaars kreeg eind oktober 87 punten van de inspecteur”, vertelt Sofie trots.
De toekomstplannen? “Groeien is voorlopig niet van toepassing. Het belangrijkste nu is een goed draaiend bedrijf opbouwen en de basis op-en-top maken. Een goed begin – de jongveeopfok – is immers het halve werk. Daar wil ik niet op bezuinigen. Sinds april doe ik die opfok, samen met Geanne, en ik ben trots op de resultaten die we nu al hebben behaald.”




