Het voorjaar komt eraan en daarmee het landwerk. De eerste drijfmest zit al in de grond al kostte dat op zich op veel bedrijven flink plannen. Waar laat je wat? Het wegvallen van de derogatie laat zich voelen en dat vraagt om gerichte keuzes maken. Het management aanscherpen, want er is immers geen ruimite te verliezen. Wij zetten alle actuele tips voor het klaarmaken van het maïsland en het inzaaien van de maïs op een rij. We bespreken ook de situatie van verplichting rustgewas, vernietiging van grasland of groenbemester. Uiteraard vindt u hieronder ook praktische tips voor het mooiste zaaibed en de bijpassende bemesting voor het jonge maïsplantje.
Waar teel ik mijn maïs dit jaar?
Op de zand en lössgronden stelt de wetgever u verplicht om eens in de 4 jaar (periode 2023 t/m 2026) een rustgewas te telen. We merken dat veel veehouders na de maïsoogst van 2025 gras heeft ingezaaid, mede door de gunstige omstandigheden daarvoor. Hebt u dat niet gedaan en wel altijd maïs (akkerbouwgewas) gehad op het perceel over de jaren 2023 – 2025 dan moet u dus in dit jaar een rustgewas telen. Een ultravroeg snijmaïsras gevolgd door een onbemest rustgewas (bijvoorbeeld gras of grasklaver) is een mogelijkheid die we veel tegenkomen. Anderen kiezen voor de teelt van een mengteelt met een rustgewas (bv. Sorghum-Maïs mix, veelal op percelen op afstand). Wanneer het maïsperceel dit voorjaar nog ingezaaid moet worden, overweeg dan een productiegras voor 2 jaar. Daarmee voldoet u niet alleen dit jaar aan de rustgewas-eis maar ook gelijk voor tijdspad 2027 – 2030. U hebt dan namelijk het eerste jaar 2027 de rustgewasverplichting van die 4 jaar al ingevuld. Als uw oude maïsperceel ingezaaid is of nog wordt ingezaaid, kan een bestaand perceel grasland gescheurd worden om daar dit jaar uw maïs te telen. Maak een plan om binnen de wettelijke eisen te blijven en om maximaal rendement van uw percelen te halen. De derogatie-eis van 80/20 gras/maïs(akkerland) is vervallen. We zien nu een verschuiving naar 75% gras en 25% bouwland. Uw rundveespecialist weet wat past in uw situatie.
Vernietiging gras
Grasland dient tijdig vernietigd te worden voor de maïsteelt, zodat de maïs de voedingstoffen uit mineralisatie beschikbaar heeft op het moment dat het gewas er om vraagt. Nieuwe inzichten tonen aan dat mechanische vernietiging de voorkeur verdient boven chemische vernietiging. Doodspuiten van het grasbestand leidde wel tot snellere vertering van de zode, maar had een licht negatief effect op zowel tonnen ds-opbrengst als op de geoogste tonnen zetmeel. Daarbij staat de inzet van chemie steeds meer ter discussie. Kijk daarom ook goed naar de voorwaarden van uw melkverwerker of dit wel is toegestaan. Het goed kapot maken van het gewas kan door te frezen; rijsnelheid 4 km/u en ondiep net onder het wortelpakket. De zode kan het effectiefst worden vernietigd door middel van spitten. Een goed vernietigde oude graszode levert 100 kg N, 40 kg P2O5 en 95 kg K2O in het 1e jaar van vernietigen. Hier kan dan ook flink op de bemesting worden bespaard! Veelal volstaat na scheuren een bemesting met 15-20M³ rundveedrijfmest en een maïsmest in de rij. Het nitraatgehalte in de bodem is het laagst gebleken bij spitten en enkel bemesten met kunstmest (vergeet de Kali niet!). Een idee om te overwegen zodat u de ‘vrijgespeelde’ drijfmest effectiever kan inzetten op andere maïspercelen of op de graspercelen.
Eerst een snede maaien?
Als er een mooi kwalitatief gewas op het perceel staat en de weersomstandigheden gunstig zijn, zullen weinigen de verleiding kunnen weerstaan. Het kan zeker goed uitpakken, maar houdt in gedachten dat u voor de maïsteelt waardevolle organische stof en voedingstoffen van uw perceel haalt. Besluit u eerst een snede te maaien? Dan komt u met uw grondbewerkingen dichter op het zaaimoment. Het is goed om rekening te houden met het feit dat een zode die net begint met verteren ook stikstof gebruikt. Dus geef in dat geval wat extra stikstof mee in de rij.
Tip: Maak ronde balen van uw 1e snede voor de maïs. Deze zijn vaak super smakelijk en suikerrijk om vanaf de langste dag aan uw koeien of uw geiten bij te voeren.
Vernietiging vanggewas
Bij maïs na maïs telen staat er op de zand en lössgronden (verplicht) een vanggewas, maar ook op de klei komen we vanggewassen tegen. Ook deze dient tijdig te worden vernietigd (loof van de wortels) zodat ook hier de maïs maximaal kan profiteren van de nalevering aan nutriënten. Een goed geslaagde groenbemester levert 19 kg N, 11 kg P2O5 en 76 kg K2O. Het te laat inwerken, zeker van een massaal vanggewas, belemmert de start van de maïs en onttrekt veel vocht en kan een storende laag creëren. Belangrijk: het vanggewas moet volledig vernietigd zijn, zodat er geen hergroei plaatsvindt wanneer de maïs gezaaid is.
pH maïsperceel op orde?
We streven een pH van 6,0 na in verband met de beschikbaarheid van aangeboden meststoffen. Houd rekening met het moment van bekalken t.o.v. moment van bemesten; advies is om hier minimaal 2 weken tussen te laten. Bedenk ook dat een grondanalyse o.b.v. grasperceel tot 10 cm diep werd genomen en u nu voor maïs naar een bouwvoor gaat van 25 cm. In de praktijk blijkt dat in de onderlaag de pH maar zo 0,5 punt lager kan liggen, waarmee de Kaligift maar zo’n 1.500 kg extra kan zijn!
Rotatieteelt met grasklaver
In een experiment bij Groeikracht werd mest en kunstmest bespaard door maïs in combinatie met grasklaver te telen; 3 jaar grasklaver, 2 jaar maïs en 1 jaar wintergerst. Op deze manier kon in het eerste jaar na de grasklaver een groot gedeelte van de drijfmest achterwege blijven. Door de beperkte gift van kunstmest op grasklaver kon extra kunstmest gereserveerd worden voor het grasland. Met name bij NV gebieden op zandgrond is dit een welkome besparing.
Rijenbemesting
Er mag weer fosfaatkunstmest bemest worden nu de derogatie is vervallen. Fosfaat stimuleert wortelgroei en zorgt voor energietransport. Het jonge plantje een boost geven met makkelijk beschikbare fosfaat zal de start bespoedigen wat uiteindelijk kan resulteren in een vroeger te oogsten gewas. ABZ heeft meerdere maïsmeststoffen verschillend in P en N bronnen waarmee de werkingsnelheid van de N ook varieert.
Een goed zaaibed is van belang
De kwaliteit van het zaaibed is van grote invloed voor de opstart van de maïsplantjes. Om uitdroging te voorkomen is het, zeker op lichte grond, slim om het zaaibed pas vlak voor het zaaien te maken. Een aantal loonwerkers kan bijvoorbeeld spitten en zaaien in dezelfde werkgang. Zorg voor een vlak, strak zaaibed maar los zaaibed (4-6 cm) tot op zaaidiepte. Zo komt het maïszaad net in de vaste ondergrond te liggen voor voldoende vocht van onderen. Het zaaibed moet voldoende fijn liggen voor een effectieve onkruidbestrijding, maar het helpt ook slakkenvraat. De zaaidiepte van de maïs hangt af van het bodemtype en de hoeveelheid vocht in de bodem. Over het algemeen zaait men in zwaardere bodemtypen iets minder diep dan in lichtere gronden.
Zaaiperiode maïs en bodemtemperatuur
Een geslaagde maïsteelt start bij een goede inschatting van de bodemtemperatuur. Voor een vlotte kieming heb je een bodem nodig die bij voorkeur is opgewarmd tot 10C°. Als je zaait onder koudere omstandigheden heb je meer kans op opkomstproblemen door oa. bodemschimmels (Phytium, rhizoctonia) en insecten zoals ritnaalden. Te laat zaaien (na 1 juni) heeft dan weer gevolgen voor zowel opbrengst als kwaliteit. Laat zaaien geeft vaak lange maar zwakke planten met een matige kwaliteit en een lagere opbrengst als gevolg.
Maïsland bemesten
Optimaal bemesten van het maïsland is een uitdaging zeker op de zandgronden en NV gebieden. Wat we weten is wat maïs nodig heeft.
Gemiddelde nutriënten onttrekking snijmaïs per kg droge stof
| 12 ton droge stof | 16 ton droge stof | 20 ton droge stof | |
| Stikstof (N) | 140 kg | 185 kg | 235 kg |
| Fosfaat (P205) | 55 kg | 70 kg | 90 kg |
| Kali (K2O) | 185 kg | 240 kg | 295 kg |
| Magnesium (Mg) | 25 kg | 35 kg | 45 kg |
| Borium (B) | 0,15 kg | 0,15 kg | 0,15 kg |
| Zink (Zn) | 0,3 – 0,5 kg | 0,3 kg – 0,5 kg | 0,3 kg – 0,5 kg |
| Calcium (Ca) | 25 – 40 kg | 25 – 40 kg | 25 – 40 jg |
Voorbeeldsituatie 1: U heeft een perceel maïsland en wilt bemesten voor 16 ton droge stof. Voor dit perceel heeft u 40 m³ drijfmest beschikbaar:
| Stikstof (N) kg | Fosfaat (P205) kg | Kali (K2O) kg | |
| Behoefte bij 16 ton ds maïsopbrengst | 185 | 70 | 240 |
| 40 ton rdvm | 92 (40 x 2,3 kg) | 60 (40 x 1,5 kg) | 220 (40 x 5,5 kg) |
| Nalevering raaigras groenbemester | 18,5 | 10,8 | 76 |
| Tekort | – 74,5 | + 0,8 | + 56 |
| 175 kg maïsmaster pro 32-6 (in de rij) | 70 | 10,5 |
In de voorbeeldsituatie is er voldoende fosfaat en kali beschikbaar voor de maïs, er is wel een stikstof tekort. Dit zou kunnen worden opgelost door 175 kg maïsmaster Pro 32-6 in de rij mee te geven. Dit scheelt een werkgang t.o.v van breed KAS strooien na opkomst en de werkingscoëfficiënt van kunstmest in de rij is beter (125%).
Voor geitenmest gelden andere bemestingswaarden. Uw geitenspecialist kan voor u uitrekenen welke aanvullingen nodig zijn op uw maïsland. De organische stof in deze mest is van grote meerwaarde voor de structuur van de bodem en de maïsopbrengst.
Maïsland zonder mest
Voorbeeldsituatie 2: U heeft een perceel maïsland wat voorheen grasland was en wilt bemesten voor 16 ton droge stof. Voor dit perceel heeft geen drijfmest beschikbaar u maakt geen gebruik van derogatie.
Nawerking oude graszode: 100 KG N 40 kg P2O5 en 95 KG K.
| Stikstof (kg) | Fosfaat (kg) | Kali (kg) | |
| Behoefte bij 16 ton ds maïsopbrengst | 185 | 70 | 240 |
| Nalevering oude zode | 100 | 40 | 95 |
| Tekort | – 85 | – 30 | – 145 |
| Aanvullen: | |||
| 200 kg maïsmaster Pro 32-6 (in de rij) | 80 | 12 | |
| 100 kg tripelsuperfosfaat (breedwerpig) | |||
| 240 kg kali60 (breedwerpig) | 144 |
Overwegingen
Wanneer men de mogelijkheid heeft, is het te overwegen om een microgranulaat mee te geven in de rij bijvoorbeeld Physiostart. Dit zorgt voor een snellere ontwikkeling van de wortels en de haarwortels waardoor de maïsplant beter in staat is de nutrienten zoals fosfaat uit de grond op te nemen. Een andere mogelijkheid is de inzet van humuszuren. Met het beperken van drijfmest wordt ook de voorziening van fosfaat beperkt. Met behulp van Humuszuren kan de efficiëntie van het gegeven fosfaat worden verbeterd. Van de beschikbare fosfor wordt normaal ca 75% vastgelegd door ijzer, aluminium en calcium in de bodem. Humuszuren hebben de eigenschap dat ze calcium en ijzer binden en zo fosfaat beschikbaar te houden. Door een goede fosfaatbeschikbaarheid zullen de wortels zich beter ontwikkelen en zullen andere elementen ook beter opgenomen worden door de maïsplant.
Team Plant & Teelt > Team rundvee >

