Als ik met de veehouder in de stal ga kijken, bekijk ik de koeien altijd aandachtig. Ik beoordeel de (verse) koeien en wijs vaak wat koenummers aan die op de melkcontrole ondermaats presteren. Deze koeien bekijk ik samen met de veehouder om te kunnen achterhalen wat er speelt.
Zelf had ik laatst onze oude koe Karin die nog maar 1.500 kg melk hoefde te geven om haar mijlpaal van 100.000 kilogram melk te bereiken. Inmiddels heeft ze dit bereikt, maar na het afkalven was het een hele strijd voor haar. Ze raakte in ernstige ketose, liep erg afwezig door de stal en haar voeropname daalde drastisch.
Ketose herkennen
Ketose (ook wel slepende melkziekte) is een veel voorkomend probleem bij opstartende melkkoeien. In de eerste twee tot zes weken na het afkalven komt subklinische ketose bij 15 tot 30 procent van de melkkoeien voor. Logisch, want op dat moment is de energievraag het hoogst. De klinische variant treft ongeveer vijf procent van de koeien.
Stevige mest
Het is raadzaam om een ketosekoe zo snel mogelijk te signaleren en te behandelen met bijvoorbeeld glycerol. Een koe in ketose heeft een verlaagde voeropname, terwijl de vraag naar energie op dit moment in de lactatie juist erg hoog is. De koe vreet minder krachtvoer of laat het zelfs liggen. Ook neemt het aantal uren dat ze herkauwt af. De pensvulling van deze koeien is vaak zeer matig. Door de ketonen die gevormd worden (NEFA’s) hebben de koeien het gevoel alsof ze vol zitten en vreten ze daardoor minder. Deze koeien komen vaak sloom en lusteloos over, sommige koeien ruiken ook naar aceton uit hun neus. Door de verminderde pensactiviteit is de mest van deze koeien vaak aan de stevige kant, terwijl je bij een verse koe vaak wat vlottere mest verwacht.
Lebmaagverplaatsing
Een geleidelijke daling in melkgift aan het begin van de lactatie is vaak een signaal dat een koe ketose heeft. De koeien stijgen niet lekker door in productie na het afkalven, daar komt bij dat het vetgehalte in de melk sterk stijgt en 1,25 punt hoger is dan het eiwitgehalte. Het gevolg van ketose is dat een koe ook vatbaarder is voor andere aandoeningen zoals een lebmaagverplaatsing, baarmoederontsteking of melkziekte.
Risicofactoren voor het krijgen van ketose zijn een snel stijgende melkproductie na afkalven. De vraag naar energie is vele malen groter dan de koe kan opnemen met haar voeropname.
Monitoren
Ze duikt dus diep de negatieve energiebalans in. Ook een Body Condition Score van 4+ voor het afkalven kan het risico op ketose vergroten. Zorg ervoor dat deze koeien in de droogstand geen extra conditie krijgen, maar ook niet afvallen. Het monitoren van de conditie voor het droogzetten en tijdens de droogstand is dus cruciaal! Het voeren van een passend droogstandsrantsoen is vaak de sleutel tot succes. Daarnaast zorgt stress voor en na het afkalven ook voor een hoger risico, dit geldt ook voor een meerlingdracht.
Voorkomen en behandelen van ketose
Omdat subklinische ketose vaak geen zichtbare symptomen geeft, is het belangrijk dat u de bovengenoemde koesignalen goed observeert. Let vooral goed op de hoogproductieve koeien, vette vaarzen of koeien met zware afkalvingen. De veearts kan het aantal ketonlichamen testen via het bloed, dit wordt ook met de melkcontrole gedaan via de melk. Behandel een koe met ketose direct en ondersteun haar met extra energie, zoals met onze Actief Lever Mix (ALM). Want: hoe eerder een koe uit de ketose is, hoe beter!
Met vriendelijke groet,
Marijke Rijnsburger

Mobiel: 06 5345 3629
E-mail: m.rijnsburger@abzdiervoeding.nl
Lees alle ‘Koeien kijken’ blog artikelen
Blijf op de hoogte van mijn blogs door uw e-mail achter te laten. Zo ziet u direct wanneer er een nieuwe blog te lezen is. Wilt u zich afmelden? Dit kan te allen tijden via de link in het automatisch gegenereerde e-mail bericht behorende bij mijn blog. Meer informatie over het privacy beleid van ABZ Diervoeding vindt u in onze disclaimer: klik hier
Op de hoogte blijven?
Meld je dan hieronder aan. Zodra er een nieuw bericht geplaatst wordt, krijg je automatisch een e-mailtje
