In het Drentse Schoonebeek heeft Gerben Elzing vanuit het niets een geitenmelkerij opgebouwd. Na elke lammerperiode evalueert hij het verloop met geitenspecialist Ton van Rijn van ABZ Diervoeding en dierenarts Margit Groenevelt. Hij hecht veel waarde aan dit overleg waarin management, voeding en gezondheid bij elkaar komen.

Gerben Elzing (51) woont in Schoonebeek met zijn vrouw Judith (50) en drie dochters (16, 19 en 20). Hij melkt 1100 geiten in vier productiegroepen: de jonge geiten, de hoogproductieve geiten, de oudere geiten die gelammerd hebben en de duurmelkers. Verder heeft hij 350 opfokgeiten. De dekbokken koopt hij aan. Op termijn wil hij met K.I zijn eigen dekbokken fokken en zo volledig gesloten zijn. Gerben selecteert de bok voornamelijk op melkproductie en gehaltes. Qua ras is het een mengelmoes van (hoofdzakelijk) Nederlandse melkgeit en Toggenburgers. Hij heeft 35 hectare grasland om in te kuilen. Verder verbouwt hij acht hectare gerst voor brouwerijen.
Historie
Gerben wilde graag koeienboer worden. Hij nam van zijn oom een melkveebedrijf in Schoonebeek over, dat hij runde samen met een compagnon die al melkveehouder was. Gerben wilde een bedrijfsverplaatsing naar de huidige locatie en kreeg in 2014 de bouwvergunning voor een koeienstal. Maar toen kwam de fosfaatregeling die de haalbaarheid onderuit schoffelde. Een zoektocht naar wat er wél mogelijk was, leidde tot de geitenhouderij.
Pas in 2018 was er ruimte in de afzet van de geitenmelk. Gerben: “We hebben toen de vergunning voor koeien kunnen omzetten naar geiten, maar een nieuw stalontwerp zou erg veel tijd kosten. De geitenstal moest in het bestaande ontwerp passen, waardoor de opfokruimte krap is uitgevallen.” Pas in 2020 konden ze bouwen. In februari 2021 leverde Gerben de eerste melk.
Opfok
De beginfase was pittig, erkent Gerben. “We kochten van een geitenhouder 1200 drachtige jonge geiten die hier hebben afgelammerd. Om ons volledig op het melken te kunnen richten, deden we het eerste jaar geen opfok. De geitenlammetjes gingen weer terug naar het bedrijf van herkomst. Na anderhalf jaar zijn we zelf begonnen met onze jongveeopfok. Met vallen en opstaan.” Het eerste jaar hadden ze veel last van longontstekingen bij de jongste lammetjes, mede omdat geitjes en bokjes van verschillende leeftijden in één ruimte stonden. Dat is aangepast en ook de ventilatie is gewijzigd. Sindsdien is de opfok elk jaar verbeterd. De lammerenstal heeft mechanische ventilatie, de geitenstal natuurlijke ventilatie. Gerben is erg tevreden over hoe de opfok nu verloopt. Het bedrijf is vrij van CAE en CL, daarom kunnen ze de eigen biest voeren. Vooral in de eerste levensweken betaalt dat zich uit. Diarreeproblemen bijvoorbeeld kennen ze helemaal niet. De bokjes mesten ze zelf in drie à vier weken af. Een deel van de bokjes gaat naar de slager die er shoarmavlees van maakt. Op lokale festivals als ‘Food in the Wood’ bereiden ze dit vlees op een grote barbecue en serveren het met een broodje. “We doen dat met het hele gezin. Heel leuk om te doen.”
Dekleeftijd
De geiten worden twee keer per dag gemolken. De melk wordt geleverd aan Holland Goat Milk (HGM). In 2025 produceerde het bedrijf 1230 kilogram meetmelk per geit met 3,9 procent vet en 3,45 procent eiwit, lager dan ze gewend waren. “In het verleden voerden we een vetverhoger; dat doen we nu niet meer”, verklaart Gerben. “Ook hadden we bij de oudere melkgeiten problemen bij de transitie van droogstand naar melkproductie. In de dracht ging het redelijk goed, maar rond het lammeren vielen veel oudere geiten uit.” Samen met dierenarts Margit Groenevelt en geitenspecialist Ton van Rijn van ABZ Diervoeding is goed geanalyseerd wat er precies was gebeurd. Het bleek dat 80 procent van de uitgevallen geiten ouder was dan 4,5 jaar. Ze besloten de leeftijdsgrens voor het dekken te verlagen naar maximaal vier jaar. Oudere geiten worden duurmelkers.
Verder zijn de geiten in de transitieperiode ondersteund met NGMO Rumino Transitiemix, een smakelijk meel met producten als niacine en choline in gecoate vorm. Deze stappen hebben het beeld sterk veranderd. De biestkwaliteit is duidelijk beter en de uitval bij de geiten is teruggebracht naar het landelijk gemiddelde. Het aantal lammeren per geit is hoog. Het gemiddelde van de hele koppel staat op 2,8. Er zijn geiten bij die vijf lammeren hadden en het desondanks goed doen. Dat betekent ook dat er nu ruimte is om strakker te kunnen selecteren. Dat, én de beperkte opfokruimte, was de reden om dit jaar de lammerperiode te splitsen om voldoende aanwas te krijgen. De eerste periode was in februari, de tweede in april. Slechts twee maanden tussen de lammergroepen geeft gezondheidsrisico’s voor de jongste lammeren, realiseert Gerben zich. De evaluatie moet nog plaatsvinden, maar verplaatst Gerben vermoedelijk de volgende lammerperiode naar november.
Driehoeksoverleg
Het doel is nu verder optimaliseren: de melkproductie verhogen, de voerefficiëntie verbeteren en een vitale uitgroei realiseren van lam naar melkgeit. Om deze doelen te bereiken heeft Gerben veelvuldig contact met dierenarts en voerspecialist. Hij stelt het erg op prijs om samen met Margit en Ton open en eerlijk te sparren over de bedrijfsvoering. Sowieso zitten de drie na elke lammerperiode om de tafel om te evalueren hoe het is verlopen en wat extra aandacht behoeft, vanuit het besef dat voeding, gezondheid en management nauw verweven zijn.
Sinds anderhalf jaar komt het voer van ABZ Diervoeding. Gerben verklaart die overstap: “Het melken liep een tijdje niet zo lekker, naar mijn idee omdat de grondstoffen in het voer te veel wisselden. En dan ga je verder kijken. We kenden Ton al en zodoende kwam ABZ Diervoeding in beeld. Het is een kleine organisatie en dat werkt prettig. De contacten verlopen soepel en de voerstrategie spreekt me erg aan. Maar bovenal: de geiten doen het beter.” De geiten krijgen kuilvoer en drie soorten krachtvoer.
Onderstaand een foto-overzicht van de bedrijfsreportage bij Geitenmelkerij Elzing


